DE BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN HET VLIEGVELD VAN HET KAMP VAN BEVERLO

Ook vandaag nog blijven we in het ongewisse over het juiste tijdstip waarop het Ministerie van Oorlog besliste om op deze plaats het vliegveld van het Kamp van Beverlo aan te leggen.

Sommige bronnen spreken van 1913. Eerder waren er plannen voor de aanleg op een locatie iets meer ten zuiden maar uiteindelijk werd gekozen voor de nabijheid van de verbindingsweg tussen Leopoldsburg en Hechtel.

De eerste militaire eenheden die van dit terrein gebruik maakten waren de toenmalige “communicatie troepen”. Aan de hand van onderstaande illustratie kunnen we vaststellen dat het trouwens gaat om de enige echte natuurlijke vliegers die van hieruit ooit geopereerd hebben. Op de oude postkaart zijn duidelijk de  mobiele duiventillen te zien waarin de snelle en betrouwbare(?) militaire boodschappers van het eerste uur tijdens hun vrije tijd mochten wonen.

Later en zeker tot in 1910 zullen er met ballons uitgeruste eenheden hun intrek nemen.

In datzelfde jaar werd de   toenmalige minister van Oorlog, Generaal Hellebaut, uitgenodigd om een vlucht te maken met de privé Farman van Ridder de Laminne. Deze was, samen met Baron de Caters één van de pioniers en voorvechters van de nog prille luchtvaart.

Na de korte vlucht was hij tenzeerste onder de indruk. De eerste kennismaking met de vliegerij deed hem meteen besluiten om de aankoop van zulke luchtvaarttuigen te  onderzoeken. Hij stelde aan de Laminne voor de eerste militaire piloten op te leiden. Daarom werd beslist  een vliegschool voor het Belgisch leger op te richten. Ondanks het feit dat men op Kiewit Hasselt voorzag in de bouw van een militaire loods voor het herbergen van de Farman van Georges Nélis, kreeg de kempische heide van Brasschaat de voorkeur als locatie voor de vliegschool.  Zo kreeg deze Antwerpse gemeente  het eerste officiële militaire vliegveld in België op haar grondgebied.

Ridder de Laminne heeft niet alleen een grote rol gespeeld als pionier voor de luchtvaart in België en als eerste militair instructeur, ook in de geschiedenis van ons veld staat zijn naam op de allereerste bladzijde vermeld. Niemand minder dan hij voerde, op 6 juni 1910 als eerste ooit, een landing op het vliegveld van het Kamp van Beverloo uit.

Na een vlucht van een goed half uur  vanuit Kiewit, bereikte hij ons veld. De eerste luchtreis boven België was een feit.

Wat op deze postkaart niet te zien is, is het grote aantal kijklustigen dat voor deze gebeurtenis kwam opdagen. Nochtans was die massa er wel degelijk. Nu ja, onze vliegende ridder had zijn komst even te voren aangekondigd door een paar maal rond te cirkelen boven het militaire kamp en het dorp daarbij niet uit het oog verliezend dat een laagvliegend vliegtuig sneller de aandacht trekt. Alhoewel: Moest een vliegtuig  in  1910 echt laag vliegen om aandacht te trekken?!

Dit moet bovendien gebeurd zijn als burger met een burger toestel aangezien het wel bekend is dat er op 13 april 1911, om 6uur 52,  na een vlucht van 22 minuten en opnieuw  vanuit Kiewit een Farman tweedekker landde met aan de sturen George Nélis, de als eerste gebrevetteerde militaire piloot in België en Pierre Lebon.  Beiden zorgden ze met deze vlucht voor een historisch gebeuren. Tot dan toe hadden militaire vliegtuigen enkel gevlogen in de omgeving van het veld waar ze gestationeerd waren. Ze stegen er op en keerden er ook terug. Met deze vlucht kwam hieraan een einde  en kende een oefenvlucht ook een ander veld als bestemming.

Hun aankomst wekte opnieuw heel wat belangstelling bij de aanwezige militairen. Na een rustpauze van twintig minuten steeg het toestel terug op richting Kiewit, waar Lebon het na een vlucht van 18 minuten op een hoogte tussen 200 en 300 meter, veilig aan de grond zette. In de zomer van 1913, enkele maanden nadat Koning Albert I bij Koninklijk Besluit de ballonvaart en de luchtvaart had gescheiden, werd er een eerste smaldeel naar Beverloo gestuurd, waarvan o.a. de Luitenanten Hubert en Poot deel uit maakten. Een smaldeel bestond in die tijd uit 4 toestellen met telkens twee bemanningsleden)

Van dan af wordt het vliegveld van Beverloo, samen met dat van As en Brasschaat, tot de militaire hulpvliegvelden (aérodromes militaires auxiliaires) gerekend.

Het veld situeert zich op 2,5 Km ten oosten van het station van Leopoldsburg, 22 Km ten noorden van Hasselt in het uiterste westen van Hechtel, op het militair oefenterrein.

In die tijd stonden er langs de Kamperbaan een betonnen loods van 66 bij 22 meter, 4,70 meter hoog met poorten van 20,80 meter breedte met daarnaast nog twee kleinere loodsen van het type “Bessoneau”.Deze laatsten waren  20 bij 18 meter groot. Een vaste herstelplaats voor vliegtuigen was er niet.

Het landingsterrein, met gras als ondergrond, was 500 meter lang en 200 meter breed. De piloten werd aangeraden zoveel mogelijk in het midden van het terrein te landen en op te stijgen, omdat de rest te wrakkig (gammel, in slechte staat ,moerassig?) was.

Deze periodes waren ook de uitgelezen momenten van Koning Albert I om zich met zijn eigen vliegtuig naar het Kamp te verplaatsen om er de oefeningen van zijn meest geliefkoosde legeronderdeel bij te wonen.

Een krantenartikel uit de jaren 20 leert ons dat zijne Majesteit op een 28ste maart, tijdens de kampperiode van het tweede Regiment, onder het bevel van Generaal-Majoor Gillieaux ,zich de synchronisatie van de mitrailleurs, op punt gesteld door Luitenant Stellingwerff,  liet uitleggen om nadien getuige te zijn van de schietoefeningen in de Hechtelse duinen) .

Na de schouwing van de brigade besloot hij zijn toespraak met volgende woorden:"Ik druk mijn vertrouwen uit. Ik weet dat het leger en het land op u kunnen rekenen, op de gegradueerden zowel als op het lager personeel van de luchtmacht. Blijf trouw aan uw voorgangers in de oorlog 1914-18”.

In 1920 maakt Kommandant Moors in zijn kleine geïllustreerde Gids van het Kamp van Beverloo melding van de aanwezigheid op de plein niet ver van de gebouwen van “Een groote hangar voor vliegtuigen, welke tot schuilplaats dient aan de militaire toestellen gedurende de legeroefeningen”. Hij verwijst ook naar de bijzondere veiligheidsmaatregelen die van kracht zijn voor het betreden van het terrein. “De grenzen van het vliegplein zijn aangeduid door groote borden. Het is streng verboden aan de troepen en alleen zijnde personen het vliegplein door te trekken en er putten te graven wanneer de vliegeenheden in periode zijn”.

Later bleven de activiteiten verder gaan, zij het dan op een zeer laag pitje. Regelmatig kwamen de vliegeenheden hier op oefening maar om te spreken over een permanent gebruik van het veld waren de vliegactiviteiten te beperkt en te onregelmatig. Via berichtgeving uit respectievelijk Nieuw Limburg Nr 59 van 20 oktober 1934 en Het Belang van Limburg van 16 maart 1938, die ik terugvond in de archieven van de Heemkundige kring Leopoldsburg en in deze van het Museum van het Kamp van Beverlo, vernemen wij twee dodelijke ongevallen met toestellen van de vliegbasis Bierset.

Het eerste tijdens een nachtelijke verkenningsvlucht boven verlichte schietschijven een tweede tijdens een oefenvlucht ten noordoosten van het vliegveld.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog maakten de Duitsers van dit vliegveld soms gebruik om jachttoestellen te laten opstijgen of landen.

Zelfs Adolf Hitler in hoogsteigen persoon zou er in de lente van 1943 geland zijn toen hij een afdeling van de 12de SS-Pantzer Division van de Hitlerjugend, die hier haar trainingskamp had  kwam inspecteren.

Begin augustus 43 werd het terrein onbruikbaar gemaakt door middel van Friese Ruiters,  in de grond geslagen ijzeren piketten, die op drie meter hoogte, verbonden waren met ijzerdraad en enkele grachten. Om het  veld gebruiksklaar te krijgen moest men een team van vijftig man gedurende vier uren aan het werk zetten. Een informant van het netwerk Luc and Marc neemt op 30 augustus acht jachttoestellen waar en voegt in zijn verslag voor Londen toe dat deze jagers op 16 augustus 6 geallieerde toestellen van de R.A.F. neerhaalden na te zijn opgestegen van dit veld. Deze berichten werden echter formeel tegengesproken door een andere informant die de aanwezigheid van vliegtuigen zowel te Helchteren als te Beverloo afdoet als klinklare onzin. Het vliegveld is nog steeds onklaar en in de loods worden er, door de Duitse troepen, zowaar groenten bewaard.

In die tijd hadden de Duitsers trouwens een reserve vliegveld in gereedheid gebracht op Spiekelspade heide iets ten zuiden van dit veld. Maar ook daar was er van enige vliegactiviteit geen sprake.

Tot 5 juni 44 zou er volgens de informant van voornoemd netwerk geen verandering komen in de toestand. (Luc and Marc Leopoldsburg calling London, vanMarius, P.R. Louche, archief museum Kamp v. Beverlo)  )

Gedurende de eerste jaren na de oorlog werd het vliegveld slechts heel sporadisch gebruikt. Pas in de vijftiger jaren waren het vooral de knalgele Piper Cubs van het Lichte vliegwezen van de Landmacht die het veld dag in dag uit gebruikten om te oefenen in het waarnemen van het artillerievuur . Dit was ook de periode waarin de eertse Dorniers 27 er hun opwachting maakten.

In die tijd kreeg het 8ste Genie ook de opdracht om te beginnen met de afbraak van de bestaande infrastructuur. Deze eenheid gelegerd in een andere kazerne te Lepoldsburg zou de gebinten van de grote loods opnieuw gebruiken voor hun nieuwe onderkomen maar toen deze eenheid een paar jaar later ontbonden werd was hiervan nog steeds geen sprake.

Dat deze werken niet altijd verliepen volgens de planning en berekeningen vernam ik van de heer A. Wouters, toenmalig onderofficier adjunct bij deze werkzaamheden. Het gebruikte dynamiet zorgde er af en toe wel eens voor, weliswaar zonder kwalijke gevolgen, dat brokstukken te ver of in een niet voorziene richting werden gekatapulteerd.

Markant detail van deze opruimingswerkzaamheden is de stevigheid van de toen bestaande controletoren. Nadat een lading springstof tot ontploffing was gebracht weigerde hij gewoonweg om te vallen. Nochtans steunde hij nog alleen op de rechter beneden hoeksteen. Stalen kabels en de trekkracht van een drie tonner waren nodig om het gebouw tegen de vlakte te krijgen.

Door het verdwijnen van alle bestaande gebouwen werd de klok 40 jaar terug gedraaid.

Sporadisch kwamen er nog wel eens een Piper of een Dornier langs maar meer en meer beperkte de vliegactiviteit zich tot Alouettes II op doortocht of deelnemend aan oefeningen.

Oktober 1971 luidde een nieuw tijdperk in. Dankzij de inzet van Lucien Plees, burgemeester te Beverlo werd het de thuishaven van aeroclub Sanicole. De eerste vliegtuigen werden overgevlogen en belangrijke infrastructuurwerken werden aangevat. Samen met enkele vrienden bouwde hij het veld uit en maakte het geschikt voor de huisvesting van onze club, die in de daarop volgende jaren, een snelle uitbreiding zou kennen. De landingsbaan wordt verlengd tot 700 meter en er wordt gestart met de bouw van de controletoren, het clubhuis en de eerste loodsen. Zo wordt dit vliegveld na Kiewit en Zwartberg een nieuw sportvliegveld in Limburg.

Op 29 april 1972 , zowat 35 jaar geleden dus, werd het luchthavengebouw, ons clubhuis, officieel ingehuldigd.

Later volgde de verharding van de baan 26 – 08 over een afstand van 600 bij 18 meter en werd er rechts van de hoofdingang een grote loods bijgebouwd.

Actueel vinden een 35 tal toestellen een onderkomen op het vliegveld.

Onze club, genoemd naar de sanitaire groothandel van wijlen haar stichter  Lucien Plees te Korspel-Beverlo, is inmiddels uitgegroeid tot een 150 leden tellende organisatie die zelfs op internationaal niveau haar weerklank vindt. De Sanicole International Airshow is een wereldbekend evenement waarvoor jaarlijks duizenden luchtvaartfanaten naar Hechtel-Eksel afzakken. Ook het niveau van de deelnemers aan deze show bewijst hoe groot het aanzien van onze club wel is.

Naast onze club maken ook de para’s uit Schaffen en de A 109’s van onze Luchtcomponent regelmatig gebruik van het veld en infrastructuur.  Voor defensie heeft dit veld nu de status van een landingsstrip.